Jan van Vorsselen


Op ikken en op aar...

Laat je als de bliksem prikken.

Je vermijdt hierdoor het gevaar op een intensive care te stikken.

Na twee prikken ben je klaar.

Dus wat zou je langer wikken,

denk maar liever aan elkaar.

Door je angsten in te slikken,

help je tevens hem en haar,

dat ze tegen prikken ja gaan knikken. Ik heb begrip voor het bezwaar, maar vind het raar dat zo overdreven aan te dikken. Met zoveel uitgesproken ikken, zijn de rapen meer dan gaar. Het wordt nu tijd vooruit te blikken, dan pas worden dromen waar.



Nestkastjes...

Ik ken een tuin in onze wijk,

daar hangen heel veel houten kasten, horend tot een vogelrijk, dat hier jaarlijks ‘om niet’ verblijft, dus zonder vaste lasten.

Hun enige verplichting aan het bezetten van hun ‘buiten’,

is dat zij jaarlijks zorgen voor een nieuwe lichting, en vrolijk blijven fluiten.



Een dier in nood...

Een kikker in mijn sloot

had al tijden niet gekwaakt, hetgeen mij zeer verdroot. Gewoonlijk was hij zeer bespraakt. Nu is het beestje dood. Het had vooraf arseen gebraakt. De directe oorzaak van zijn nood.

Ik heb de sloot nu schoongemaakt. Het is ook vrij van lood. Het was door toedoen van de industrie geheel vervuild geraakt.